Ruim vijftig jaar geleden begon een groep talentvolle Molukse muzikanten aan een gezamenlijke droom: een alternatieve manier om de harde realiteit van hun geschiedenis vorm te geven. Met betoverende kapsels, swingende moves en bakken vol charisma werd Massada geboren. Na decennia van trouwe dienst stond de band in XL-vorm, samen met The Latin Explosion, glimlachend in Schouwburg Het Park in Hoorn. Als kers op de taart voegde de iconische saxofonist Hans Dulfer zich óók nog bij het gezelschap. Kregen we een kakafonie van vergane glorie of een spetterende muziekcombinatie waar North Sea Jazz jaloers op werd?
“Ons verhaal loopt als een rode draad door onze muzikale carrière heen”, verklaarde Massada-oprichter en zanger Johnny Manuhutu tijdens de show. Om de muziek van Massada goed te duiden, is kennis van het Zuid-Molukse verhaal in Nederland essentieel. Kennis die de band tijdens de show met beeld en verhalen kort introduceerde. Bewust kort, want veel theatergangers kwamen eigenlijk voor de betoverende muziek. Toch duiken ook wij hier in de geschiedenis van hun verhaal, zodat we nummers als ‘Discrime’ en ‘Mobilae’ het gewicht geven dat ze verdienen.
HET VERHAAL
Na een wrede onafhankelijkheidsoorlog tussen Nederland en Indonesië in de jaren 1945 - 1949, haalde de Nederlandse overheid haar KNIL-soldaten onder dwang naar Nederland. Met die terugreis kwamen ook de loyale Molukse strijdkrachten en hun families mee, die in de nieuwe Republiek Indonesië hun leven niet zeker waren. De overheid plaatste de Zuid-Molukse gemeenschap in kazernes, kloosters en voormalige kampen als Westerbork en Almere - respectievelijk voor het gemak ‘Schattenberg’ en ‘Woonoord Almere’ genoemd. Tijdelijk voor zes maanden, zo was het plan. Het werd in totaal stilzwijgend twintig jaar.De bandleden en hun lotgenoten groeiden op erbarmelijke omstandigheden. Terwijl de onvrede onder hun vrienden groeide, gaf de band via muziek haar gevoel door. Muziek is tenslotte een belangrijk kernelement van de Molukse cultuur. Twee jaar nadat de Zuid-Molukse gemeenschap van de ‘tijdelijke’ opvang naar afgezonderde buitenwijken werd uitgezet, ontstond het Massada zoals Nederland haar leerde kennen. De groep bracht een nieuw geluid in Nederland en werd een belangrijke brug in een tijd waarin de tweede generatie Zuid-Molukkers en de overheid lijnrecht tegenover elkaar stonden.
In het midden van radicale acties vanuit de Zuid-Molukse gemeenschap probeerden de bandleden juist een vreedzame weg te vinden om hun verhaal te uiten. De pijn en onvrede van de groep jonge mannen achter de acties werden echter door de hele Zuid-Molukse gemeenschap gevoeld. Om die pijn een nieuwe uiting te geven, componeerde gitarist Rudy de Queljoe het instrumentale nummer ‘Mobilae’. Destijds deed hij dat als onderdeel van de Nederlandse rockband Brainbox, maar Massada speelde het met culturele bezieling. Het werd een belangrijk muziekstuk voor de Zuid-Molukse gemeenschap, door sommigen zelfs een tweede volkslied genoemd.
Ook in Hoorn speelde Massada het prachtige gitaarnummer, voorzien van de vele extra percussiemogelijkheden binnen de band. Dat is de stijl waar Massada groots mee werd: hun eigen versie van latin rock. In 1978 brachten ze het debuutalbum ‘Astaganaga’ uit en sindsdien zijn ze iconisch in hun percussiegedreven optredens. De release van ‘Dansa (Don’t Quit Dancing)’ startte een vloedgolf die Massada in 1979 zelfs als enige Nederlandse act op Pinkpop bracht. Vijftigduizend mensen zongen met hun nummers mee, het bewijs dat hun droom uitkwam. Die andere weg was gevonden.
Ook in Hoorn speelde Massada het prachtige gitaarnummer, voorzien van de vele extra percussiemogelijkheden binnen de band. Dat is de stijl waar Massada groots mee werd: hun eigen versie van latin rock. In 1978 brachten ze het debuutalbum ‘Astaganaga’ uit en sindsdien zijn ze iconisch in hun percussiegedreven optredens. De release van ‘Dansa (Don’t Quit Dancing)’ startte een vloedgolf die Massada in 1979 zelfs als enige Nederlandse act op Pinkpop bracht. Vijftigduizend mensen zongen met hun nummers mee, het bewijs dat hun droom uitkwam. Die andere weg was gevonden.
DE SHOW
Met gepaste emotie vertelde de band een deel van bovenstaande informatie tussen de nummers door. Ondertussen stond het gehele podium vol met percussie-instrumenten, die alle door de bandleden werden benut, zelfs door frontman Johnny. Van een tifadrum, bongo's en conga's tot timbales en een gong; op het podium leek het alsof Massada een muziekwinkel had meegenomen. Frontman Johnny grapte dat hij ‘wel eens vroeg of er niet wat thuis kon blijven’, maar de band was onverbiddelijk. Percussie is een kunstvorm die alle gelaagdheid verdiende die ze krijgen kon.Die gelaagdheid hoorden bezoekers live onmiddellijk terug in de muziek. ‘Rijk en imposant’ is de beste manier om de composities van de band te omschrijven. Massada opende de show zonder intro en na een minuut klonken er zelfs dierengeluiden en een kolkende zee, voordat drummer Alvin Manuhuwa het eerste nummer ‘Sibu Sibu’ inzette. Het publiek genoot zichtbaar van de muzikale reis die deze artiesten hadden voorbereid. Dat sommige van deze nummers bijna vijftig jaar geleden werden uitgebracht, was in Hoorn nergens aan te merken.
Ook tekstueel zijn de nummers nog even sterk als toen. In aanloop naar het nummer ‘Discrime’ vertelde zanger Johnny over zijn ervaringen met racistisch deurbeleid, iets wat in het nummer terugkomt: “I can hear my music playing while I’m still waiting here / But I still hear the big dude say: No blacks allowed / No blacks allowed, boy you better go / this is a classy joint, and not a black and white show”. In datzelfde nummer hoopte de zanger ook op verandering: “Why do I need my guitar, to get me some respect? / One day we’ll be united, but we ain’t ready yet.” De vraag hoeveel er sindsdien is veranderd, mochten we zelf beantwoorden.
Dat de nummers van Massada impact op de Nederlandse samenleving hebben, was duidelijk. Eind 2025 ontving Johnny Manuhutu daarom een koninklijke onderscheiding, als symbool voor de verbindende natuur van zijn muziek. “Een bruggenbouwer bij uitstek tussen de Molukse en Nederlandse cultuur”, sprak de burgemeester bij het uitreiken. Hij roemde ook het doneren van de volledige opbrengst van Massada’s grootste hit aan Oxfam Novib ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking.
Dat de nummers van Massada impact op de Nederlandse samenleving hebben, was duidelijk. Eind 2025 ontving Johnny Manuhutu daarom een koninklijke onderscheiding, als symbool voor de verbindende natuur van zijn muziek. “Een bruggenbouwer bij uitstek tussen de Molukse en Nederlandse cultuur”, sprak de burgemeester bij het uitreiken. Hij roemde ook het doneren van de volledige opbrengst van Massada’s grootste hit aan Oxfam Novib ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking.
Die hit, ‘Sajang É’, mocht natuurlijk niet ontbreken. Met liefde kwamen vocalisten Laita Mual, William Lain en Maureen Telussa voorop het podium om samen met Johnny het rustige nummer meerstemmig te vertolken. Wie aandachtig naar de tekst luisterde, hoorde wederom een lied met een betekenisvolle boodschap vol hoop aan kinderen: “Bekerja dan belajar keras / sebab satu kali / kamu mau melihat Tanah Air e”, vrij vertaald als “Werk en studeer hard, want op een dag zien wij ons vaderland terug.” Ook dit nummer werd begrijpelijkerwijs een pilaar binnen de Zuid-Molukse gemeenschap in Nederland en klonk liefdevol door de schouwburg heen.
“Stand up!”, riep Johnny Manuhutu opgewekt na de aankondiging van het nummer ‘Latin Dance’. Het gehele publiek rees uit zijn stoelen en een palet aan percussiegeluiden zong de zaal toe. Percussionisten Daniel Bloem, Jopie Manuhutu en Martino Latupeirissa gebruikten de gehele show lang elk instrument dat binnen handbereik lag en juist klonk. Zelfs de ophanging van de gong werd bespeeld. Synchroon, polyritmisch, met overgave. “Dat ging wel goed, hè?”, complimenteerde een glimlachende Johnny achteraf het dansende publiek. Zonder dans was een show van Massada niet compleet.
“Stand up!”, riep Johnny Manuhutu opgewekt na de aankondiging van het nummer ‘Latin Dance’. Het gehele publiek rees uit zijn stoelen en een palet aan percussiegeluiden zong de zaal toe. Percussionisten Daniel Bloem, Jopie Manuhutu en Martino Latupeirissa gebruikten de gehele show lang elk instrument dat binnen handbereik lag en juist klonk. Zelfs de ophanging van de gong werd bespeeld. Synchroon, polyritmisch, met overgave. “Dat ging wel goed, hè?”, complimenteerde een glimlachende Johnny achteraf het dansende publiek. Zonder dans was een show van Massada niet compleet.
Moeiteloos voerde de band een lijst van swingende nummers op, met hier en daar een mooi uitblinkmoment per bandlid. ‘Discrime’ kreeg een heerlijk funky intermezzo van basgitarist James Sabandar, toetsenist Fred Anindjola daagde de percussionisten uit op ‘Dance of Delight’ en gitarist Julian Souisa speelde samen met Rudy de Queljoe met bezieling in ‘Arumbai’. Al dit energieke talent kwam samen op ‘Masterpiece’, een muzikale knipoog naar Carlos Santana, waarop latin-invloeden met Molukse roots dansten. Gillende gitaren en polyritmische percussie alom.
Halverwege de show voegden de leden van Latin Explosion - Soeshiel Sharma, Anil Sharma en Norman Pattiwael - zich bij het grote ensemble. Samen met de percussionisten van Massada toverden zij, in de geest van de legendarische percussionist Nippy Noya, het nummer ‘Dance of Delight’ om tot ‘Dance of the Percussions’. Vakkundig en bezield speelden alle percussionisten een ongekende liefdesbrief aan de kunst van percussie.
Halverwege de show voegden de leden van Latin Explosion - Soeshiel Sharma, Anil Sharma en Norman Pattiwael - zich bij het grote ensemble. Samen met de percussionisten van Massada toverden zij, in de geest van de legendarische percussionist Nippy Noya, het nummer ‘Dance of Delight’ om tot ‘Dance of the Percussions’. Vakkundig en bezield speelden alle percussionisten een ongekende liefdesbrief aan de kunst van percussie.
En dan was er natuurlijk die andere gastartiest. "Jaren geleden, toen wij nog jong waren, hadden wij al onze idolen”, vertelde frontman Johnny met een glimlach. Onbevreesd als altijd kwam saxofonist Hans Dulfer het podium op. Na een kleine peptalk richting het publiek en een “Give it up for the band!” speelde het jazzicoon eindelijk een show samen met Massada. De jazzlegende is met zijn indrukwekkende 86 jaar bijna een decennium ouder dan het oudste Massada-lid, maar allen speelden ze alsof ze headliners op een groot festival waren.
Het samenspel beviel de artiesten zo goed dat de saxofonist tijdens het nummer 'Baronda’ weer op het podium verscheen en zelfs het iconische eindnummer ‘Sageru’ meespeelde. “Eindelijk is het me gelukt!”, riep een lachende Dulfer eerder in de promovideo. Voor een band die decennialang topkwaliteit leverde, maar nooit op North Sea Jazz stond, was dat misschien wel het grootste compliment. Met een glimlach speelde de Amsterdamse saxofonist tussen de ervaren mannen van Massada, die op hun beurt Dulfer alle respect gaven die hij verdiende. Zij waren ‘united’, precies zoals Johnny ooit in zijn muziek had gehoopt.
Het samenspel beviel de artiesten zo goed dat de saxofonist tijdens het nummer 'Baronda’ weer op het podium verscheen en zelfs het iconische eindnummer ‘Sageru’ meespeelde. “Eindelijk is het me gelukt!”, riep een lachende Dulfer eerder in de promovideo. Voor een band die decennialang topkwaliteit leverde, maar nooit op North Sea Jazz stond, was dat misschien wel het grootste compliment. Met een glimlach speelde de Amsterdamse saxofonist tussen de ervaren mannen van Massada, die op hun beurt Dulfer alle respect gaven die hij verdiende. Zij waren ‘united’, precies zoals Johnny ooit in zijn muziek had gehoopt.
Uitgerekend in Hoorn, de stad waar ‘de slachter van Banda’ ten tijde van het concert nog werd geëerd, kreeg het publiek een uitgebreide muzikale reis door het verhaal van de Zuid-Molukse gemeenschap in Nederland. Massada is een band zonder gelijke, uniek in haar verhaal. Met hen ontstond een stuk Nederlandse muziek- en cultuurgeschiedenis dat percussie in ons land voorgoed heeft veranderd. Goed, de wilde zwarte krullen waren inmiddels wat grijzer, maar de passie voor muziek bleef onverminderd aanwezig. En gelukkig waren er nog genoeg fans die bij de ervaren mannen wegzwijmelden. Na bijna vijftig jaar ‘Don’t Quit Dancing’ bleek de dansa van Massada tijdloos en ijzersterk.

